actueel

In de cantatediensten in de Nieuwe Kerk wordt kerkmuziek in een liturgisch kader uitgevoerd. Het accent ligt op de cantates van J.S. Bach, maar ook vele andere componisten komen aan bod.

Naast het Cantate Consort en de Cantorij van de Nieuwe Kerk zetten professionele solisten en gespecialiseerde barokmusici zich daarvoor in. Zonder hun deskundigheid, groot enthousiasme en passie voor deze muziek zouden de cantatediensten ondenkbaar zijn.

Wij hopen u te ontmoeten in de sfeervolle 17de eeuwse Nieuwe Kerk om met ons te genieten van de schoonheid en veelzijdigheid van de kerkmuziek.

–  –  –

Op zondag 4 april a.s. is er om 17.00 uur weer een cantatedienst! Helaas moeten we ons wel weer beperken tot een livestream, met de hoop dat we in mei weer (een beperkt aantal) bezoekers kunnen ontvangen.
Uitgevoerd wordt “Christ lag in Todesbanden” (BWV 4), waarbij de solisten ook het koor zullen vormen.
Op grond van een aantal reacties op de vorige uitzending zullen we kijken of we via een iets andere microfoon opstelling de kwaliteit van de muziekweergave kunnen verbeteren. Overigens geldt dat zolang we streamen via Kerkomroep de geluidskwaliteit van de weergave van de muziek nogal gereduceerd wordt. Kerkomroep zit technisch helaas zo in elkaar dat spreekstemmen prima doorkomen maar de muziekweergave te wensen overlaat. We oriënteren ons momenteel op het gebruik van het YouTube kanaal van de Nieuwe Kerk, dan kan Kerkomroep worden omzeild.
We zijn overigens wel een beetje beduusd van uw financiële reactie op de vorige cantatedienst. U heeft ons € 922,- (!) overgemaakt en dat hadden we niet direct verwacht! Heel erg bedankt!!
In de linker bovenhoek ziet u de link waarmee u de orde van dienst kunt downloaden.
De link naar kerkomroep voor de livestream op 4 april om 17.00 u is:  https://www.kerkomroep.nl/#/kerken/10913
of kijk op de website van de Nieuwe Kerk:  https://nieuwekerkgroningen.nl/nieuws/cantatedienst-op-eerste-paasdag/

4 april 2021
Christ lag in Todesbanden BWV 4 J.S.Bach

Solisten en barokorkest o.l.v. Jelte Hulzebos

Agnes van Laar – sopraan
Eske Tibben – alt
Han Warmelink – tenor
Jaap de Wilde – bas

Helmut Riebl – viool
David Alonso Molina – viool
Rachael Yates – altviool
Rhodes Selhorst – altviool
Mathilde van Wijnen – bas de violon
Pieter Pilon – orgel

Voorganger: ds. Evert Jan Veldman
Organist: Mannes Hofsink

Bach componeerde deze cantate voor zijn sollicitatie als organist in de St. Blasi­us­kir­che in Mühlhausen. Op eerste Paasdag 24 april 1707, vond het proef­spel plaats én werd deze cantate uitge­voerd. Het is een van de eerste ons overgeleverde canta­tes van zijn hand. Uit verschillende documenten blijkt echter dat Bach tussen 1703 en 1707, toen hij organist in Arnstadt was, ook al kerk­muziek heeft geschreven. Het componeren voor rouw- en trouwplechtigheden behoorde daar tot de taak van de organist.
Als basis voor cantate BWV 4 diende het Lu­ther­lied ‘Christ lag in Todes Banden’ (1524), gezang 618 Liedboek. De melodie is een bewerking van de bekende Gregoriaan­se paas-sequens ‘Victimae paschali laudes’, gezang 615 Liedboek. Overigens vinden veel van de liederen die Luther maakte hun oorsprong in het Gregori­aans.
BWV 4 is een koraalcantate, wat wil zeggen dat alle strofen van het lied zijn bewerkt, per omnes versus, zoals de partituur vermeldt. Deze vorm is gerelateerd aan de koraalva­riaties in de orgelliteratuur uit de 17de en 18de eeuw. De koraalcantates van Buxtehude en Pachelbel hebben Bach als voorbeeld gediend en duidelijk beïnvloed.
De instrumentale bezetting bestaat uit een vijfstemmig strij­kersensem­ble, viool I en II, altviool I en II en continuo, orgel en bas de violon. De vier zangsolisten zingen de soli en vandaag vanwege de coronamaatregelen ook de koordelen. In een latere versie van deze cantate die Bach in 1725 uitvoerde wordt het instrumentarium uitgebreid met een zink en drie trombo­nes om de koorpartijen te versterken.
De tekst van de cantate verwijst naar verscheidene Bijbelteksten waar sprake is van het lijden van Christus en de overwinning op de dood. Gezien de symmetrische opbouw van de cantate is het aanneme­lijk dat de vierde strofe ‘es war ein wun­derli­cher Krieg’, voor Bach de kern van dit paaslied is ge­weest:
                Vers 1: koor, vers 2: duet, vers 3: solo
                vers 4: koor
                vers 5: solo, vers 6: duet, vers 7: koor.
Voor alle delen geldt dat tekst en muziek naadloos op elkaar aansluiten. Een voorbeeld daarvan in het derde vers: ‘All sein Recht und sein Gewalt; Da bleibet nichts denn Tods Gestalt‘. Op het woord ‘Gewalt’ spelen de viool I/II ruw klinkende dubbelgrepen en het continuo snelle zes­tiende noten.
Op ‘nichts’ zwijgen alle stemmen en bij de woorden ‘Tods Gestalt’ staat de tempo-aan­dui­ding Adagio, zeer rustig. Er heerst hier dan ook een stati­sche rust, gekleurd door een droefgeestige harmonie.
Ondanks de ogenschijnlijke eenvoud, gerelateerd aan de stijl van Buxtehude, weet Bach in deze cantate een geheel eigen idioom te creëren. De middelen die Bach aanwendt om de tekst te verbeelden zijn in deze cantate tamelijk sober maar juist daardoor tonen ze zijn onna­volgba­re meesterschap. Niet voor niets is deze cantate zeer geliefd onder de uitvoerenden en bij het publiek.

Jelte Hulzebos

– – –

– – –

Op de pagina “Cantatediensten” kunt u het (voor de pandemie) geplande programma lezen van het seizoen 2020 – 2021.

–  –  –

Een artikel in het Dagblad van het Noorden van dinsdag 3 april 2018 over Jelte Hulzebos en de cantatediensten vindt u op de pagina “Jelte Hulzebos”.