Orkest: Clare Beesley, traverso Vincent van Ballegooijen, hobo Hanneke Wierenga, viool 1 Elisabeth IngenHousz, viool 2 Esther van der Eijk, altviool Jonna Meeuwissen, cello Linda Paulino, violone Robert Koolstra, clavecimbel
Bedoeld voor Maria Reiniging/Maria Lichtmis op 2 februari componeerde Bach de cantate: ‘Mit Fried und Freud ich fahr dahin’, gebaseerd op het gelijknamige koraal van Luther. In Bachs tijd een veelgebruikt begrafenislied. De Thomascantor uit Leipzig programmeerde de cantate in zijn tweede cantatejaargang (1724-25) met als gemene deler een cantate op basis van een koraal: Het eerste en laatste vers resp. als openings- en slotdeel; de overige verzen geparafraseerd, verkort of aangepast aan de vrije poëzie van de recitatieven en aria’s.
Hoewel de gegeven Evangelielezing uit Lucas 2 voor Maria Lichtmis o.a. verhaalt over de rituelen in de tempel aangaande de wet van Mozes, zoomt Bach in op de Lofzang van Simeon: De oude man looft de Heer wanneer hij in het kindje Jezus zijn Heiland ziet, zoals hem beloofd is eer hij zou sterven. 1 ‘Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals u hebt beloofd. 2 Want met eigen ogen heb ik de redding gezien die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken: 3 een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen. 4 en dat tot eer strekt van Israël, uw volk’
Dit canticum (in het Latijn: Nunc Dimittis) samen met de cantica van Maria (Magnificat) en Zacharias (Benedictus) vormt een terugkerend onderdeel in de dagelijkse getijdendiensten, in de Anglicaanse Kerk tijdens de evensong. Zo zal het Mendelssohns motet: ‘Nun lässest du’ er regelmatig klinken, zij het in het Engels. Te doen gebruikelijk wordt het canticum afgesloten met een zogenaamde doxologie: ‘Eer aan de Vader en de Zoon…’ Terug naar de Bachcantate om enkele bijzonderheden aan te stippen: · Het openingsdeel doet vanwege de identieke toonsoort e-klein, de maatsoort 12/8 en qua sfeer denken aan het openingskoor van Bachs Mattheus-passie, twee jaren later geschreven in 1727. Karakteristiek is de opgaande lijn als verbeelding van het ‘dahin fahren’.
· Vanwege de instrumentatie en de repeterende baslijn is er een link tussen de langgerekte alt-aria (deel 2) enerzijds en anderzijds met de sopraan-aria uit de Johannes-passie: ‘Zerfliesse mein Herze’… Bovendien valt op een gegeven moment de muziek stil bij het woord: ‘sterben’ -in de Johannes bij het woord: ‘Tod’. Om de beroemde alt-aria: ‘Erbarme dich’ uit de Mattheus erbij te halen, is het kenmerkende beginmotief van het woord: ‘Erbarme’ terug te vinden in overeenkomstig het woord: ‘Zerfliesse’ uit de Johannes én aan het slot van de instrumentale gedeelten van deze aria.
· In deel 3 is het tweede couplet van het Lutherlied verweven met vrije poëtische tekst. In deze cantatedienst klinkt ook de toonzetting van Mendelssohn van het Lutherlied. Verweven in de gebeden wordt tenslotte a capella het Notre Père van Duruflé gezongen. Op een chant-achtige manier en met eenvoudige akkoorden weet de Fransman een sacrale sfeer op te roepen. Oorspronkelijk is het geschreven voor stem en orgel in 1977. Een jaar later verscheen de vierstemmige versie.
Het Cantate Consort is in 1992 opgericht ten behoeve van de cantatediensten die maandelijks in de Nieuwe Kerk in Groningen worden gehouden. Sinds de oprichting staat het onder leiding van Jelte Hulzebos. Het verleent jaarlijks een zestal malen medewerking aan deze diensten, waarin geestelijke muziek in een liturgische context wordt uitgevoerd – vaak cantates van Bach, maar ook werken uit de vroege Duitse barok (Schütz, Schein, Bruhns, Buxtehude), hun Italiaanse voorgangers (Gabrieli, Monteverdi) en muziek uit de renaissance (Byrd, Orlando di Lasso, Palestrina). Zangers uit verschillende koren en ensembles uit Groningen worden per project uitgenodigd om in het Cantate Consort te zingen.
Mezzosopraan Marijke Beute studeerde in 2021 cum laude af bij Hanneke de Wit aan het Prins Claus conservatorium in Groningen. Ook kreeg ze daar lessen van Paul Triepels, Elsina Jansen (spel), Marcel Reijans, Marjan Kuiper en Renate Arends. Masterclasses volgde ze van Margreet Honig en Nico van der Meel. Als solist was ze onder andere te horen in de Johannes Passion en Matthäus Passion van Bach, het Magnificat van Vivaldi, Oratorio de Noel van Saint-Saëns, de solomis Missa in simplicitate van Langlais, en in vele cantates van Bach, Telemann, Micheelsen en Andriessen. Ze zong in de opera Il ritorno van Dosoli op het Opera Forward Festival en speelde Cherubino in Le Nozze di Figaro op het festival Opera aan zee.
Marijke is de zangeres van het Pronkjewail trio dat klassieke muziek op een laagdrempelige manier aanbiedt. Het trio wordt gecoacht door Eelko Moolenaar. Met pianist Aleg Tryfanenkau vormt ze een liedduo.
Tenor Maarten Romkes (1984) begon op zijn 6e met slagwerklessen bij de plaatselijke muziekvereniging. Tijdens zijn klassieke slagwerkstudie aan het Prins Claus Conservatoruim, ruim vond hij zijn interesse voor koorzang en besloot hierin verder te gaan. Met de Schola Liturgica zong hij vanaf 2001 jaarlijks diensten in diverse Engelse kathedralen Zanglessen heeft hij gehad van Tetsje van der Kooi, Miranda van Kralingen; en van Felix Schoonenboom aan het Artez Conservatorium. Tegenwoordig is Maarten dirigent van ‘Zingt den Heer’ te Voorst. Daarnaast organiseert hij korenprojecten met het ‘Martus Ensemble’. Als zanger is Maarten betrokken geweest bij projecten van het Laurens Collegium Rotterdam en The Bach Choir & Orchestra of the Netherlands, en heeft hij oa samengewerkt met Ton Koopman en Jos van Veldhoven bij het Luthers Bach Ensemble. Als solist heeft hij vele werken van Bach en zijn tijdgenoten uitgevoerd, maar ook muziek van Saint-Saëns, Dvorak tot hedendaagse componisten
Mannes Hofsink (*1981) is als cantor-organist verbonden aan de Nieuwe Kerk te Groningen. Daarnaast is hij stadsbeiaardier van Meppel, dirigent van koorvereniging Wijker Kunst en pianist van het Meppeler Mannenkoor. Ook heeft hij een concert- en lespraktijk.
Mannes studeerde orgel 1e fase en kerkmuziek bij Gijs van Schoonhoven aan de Saxion Hogeschool te Enschede, afdeling conservatorium. Orgel 2e fase studeerde hij aan de Messiaen Academie bij Cor Ardesch en eveneens bij Gijs van Schoonhoven, koordirectie aan het Prins Claus Conservatorium te Groningen bij Louis Buskens en beiaard (Bachelor en Proficient of Carillon) aan het Carillon Instituut Nederland bij Boudewijn Zwart. Geruime jaren coachte organist Toon Hagen hem op het gebied van improvisatie en interpretatie. Ook nam hij deel aan enkele studieweekenden van de Leadership Academy Conductors. Momenteel volgt hij incidenteel improvisatielessen bij organist Hayo Boerema. Voor meer informatie kijk op manneshofsink.nl
Toegang gratis, collecte bij de uitgang
Het volledige programma van de Cantatediensten van het seizoen 2025 – 2026 kunt u vinden onder het kopje Cantatediensten.
PS: de Commissie Cantates in de Nieuwe Kerk is een ANBI instelling, omdat zij (in die zin) valt onder de Protestantse Gemeente Groningen (PGG). U kunt daarom eventuele giften aan de Commissie bij de aangifte Inkomstenbelasting opgeven. U moet dan ook melding maken van de ANBI instelling, en dat is bij giften aan de Cantatediensten dus de PGG.