actueel

30 jaar Cantates in de Nieuwe Kerk

Het seizoen 2022-2023 is het DERTIGSTE jaar dat de serie Cantatediensten in de Nieuwe Kerk wordt georganiseerd. Na enkele voorzichtige pogingen in 1991 met een tweetal cantatediensten werd het jaar daarop een reeks van acht cantatediensten georganiseerd. Inmiddels zijn we de 200 ruim gepasseerd en is er een schat aan prachtige kerkmuziek tot klinken gebracht. Daaronder vele cantates, missen, motetten, oratoria en passionen van Bach, maar ook veel werken van Schütz, Schein, Buxtehude, Bruhns, Gabrieli, Monteverdi, Purcell, Rameau, Brahms, en anderen. Soms in kleine bezettingen maar ook groots opgezette werken voor vier koren en royale instrumentale bezetting. De lijst met uitgevoerde werken staat op onze website.

Dit jaar zullen we de 30 jaar cantatediensten in de Nieuwe Kerk feestelijk accentueren met een uitvoering van de Hohe Messe van Bach.

Maar er is natuurlijk meer, bijvoorbeeld Ein Deutsches Requiem van Brahms in de versie voor quatre-main piano en een uitvoering van de Matthäuspassion van Schütz.

De geprogrammeerde kerkmuziek is van topkwaliteit en met de kundige en enthousiaste inzet van alle betrokken musici, solisten en koorzangers kunnen we rekenen op een feestelijk seizoen.

De eerstvolgende cantatedienst  is op zondag 5 februari om 17.00 uur.

We vieren het 30 jarig bestaan van de Cantatediensten en van het CantateConsort met de uitvoering van het meesterwerk van Johann Sebastian Bach: De Hohe Messe (BWV 232)

Uitvoerenden zijn het Cantate Consort, barokorkest en solisten o.l.v. Jelte Hulzebos

Solisten:
Christy Luth – sopraan
David van Laar – altus
Jelle Leistra – tenor
Roele Kok – bas

Orkest:
Helmut Riebl – viool
David Alonso Molina – viool
Hanneke Wierenga – viool
Laura Bruggen – viool II aanvoerder
Noortje Zanen – viool
Saron Houben – viool
Imke Jansen – altviool
Jan Willem Vis – altviool
Hajo Wienroth – traverso
Marie Wienroth – traverso/hobo
Vincent van Ballegooijen – hobo
Waldemar Bomba – hobo
Ester van der Veen – fagot
Galit Zadok – fagot
Mathilde van Wijnen – cello
Hendrik Jan Wolfert – violone
Hylke Rozema – corno da caccia
Dave Hendry – tromba
Nicolas Emmerson – tromba
Sergi Serra – tromba
Jarick Bruinsma – pauken
Pieter Pilon – orgel
Voorganger: ds. Ruth Peetoom
Organist: Stef Tuinstra

Toelichting op het uit te voeren werk:

Missa in b-klein ‘Hohe Messe’ BWV 232 J.S. Bach

De Mis in b-klein, de zogenaamde ‘Hohe Messe’ is zonder twijfel het hoogtepunt in het vocale oeuvre van Johann Sebastian Bach en neemt een uitzonderlijke plaats in binnen het werk van deze grootmeester. De verschillende delen vormen een staalkaart van zo ongeveer alle muzikale genres waarmee Bach zich heeft beziggehouden.
Bach componeerde de ‘Hohe Messe’ in twee perioden. Het Kyrie/Gloria schreef  hij in 1733 als zogenaamde Missa tijdens de rouwperiode die volgde op het overlijden van de Saksische keurvorst August der Starcke. Hij zond de partijen aan de pas aangetreden vorst Friedrich August II, die tevens koning van Polen was, met het verzoek hem tot hofcomponist te benoemen. Bach wenste zijn ondergewaardeerde positie in Leipzig in te ruilen voor een aanstelling aan het hof in Dresden. Antwoord bleef uit, maar in 1736 verwierf hij alsnog de titel Hofcompositeur.
In 1748/49 heeft hij de overige delen Symbolicum nicenum, Sanctus, Osanna, Benedictus, Osanna, Agnus Dei en Dona nobis pacem toegevoegd zodat er een Missa tota ontstond.
Het werk is tijdens het leven van Bach nooit uitgevoerd. Na de dood van Bach kwam de partituur van de ‘Hohe Messe’ in handen van zijn zoon Carl Philip Emanuel. Hij voerde in 1786 te Hamburg het Credo uit. Uiteindelijk wordt de Hohe Messe in 1835 voor het eerst integraal uitgevoerd door de Berliner Singakademie met ‘slechts’ 160 zangers, een honderdtal koorzangers had er de brui aan gegeven vanwege de moeilijkheidsgraad.

Een korte beschrijving per deel:

KYRIE

Kyrie eleison I
is een uitgebreide koorfuga met als inleiding een driemalige uitroep van de tekst Kyrie eleison. Het fugathema met een kloppende ritmiek en de vele halve toonsafstanden roept een gevoel op van ingehouden dramatiek. Een indringende bede om erbarmen.

Christe eleison
is een duet/aria en ademt een luchtiger sfeer; na het meer zwaarmoedige b-klein van het eerste deel is hier de toonsoort D-groot. De beide zangpartijen worden unisono begeleid in aria in Italiaanse stijl.

Kyrie eleison II
is een koorfuga in een stijl die herinnert aan de stijl van Palestrina de  zogenaamde ‘stile antico’. Op een door de bassen ingezet thema bestaande uit voornamelijk halve notenwaarden wordt hier een majestueuze fuga gebouwd.
De verbindende factor in de drie Kyrie-delen is de toonaard b-klein, D-groot en fis-klein. Zij vormen de drieklank van b-klein: b-d-fis.

GLORIA

Gloria in excelsis Deo
Het Gloria begint met een koordeel in D-groot dat concertant en virtuoos gecomponeerd is; voor de eerste maal klinken de trompetten en pauken. Na 100 maten, op de tekst ‘et in terra pax’, wordt deze jubel abrupt beëindigd, de 3/4 maatsoort wordt een 4/4 maatsoort en de toonsoort wordt verlaagd, terug naar de aarde. De lang aangehouden tonen in de bas benadrukken dit. Een vergelijkbaar procédé past Bach toe in het  ‘Ehre sei Gott in der Höhe’ in het Weihnachtsoratorium.

Laudamus te
is een aria (meer nog een duet) voor sopraan en uitermate virtuoze vioolsolo, begeleid door strijkers die in dit stemmenweefsel een belangrijke rol spelen.

Gratias agimus tibi
is een fugatisch koorgedeelte waarbij de trompetten en pauken weer deelnemen en dit deel glans geven. Dit deel is grotendeels een kopie van het openingskoor uit cantate 29 ‘Wir danken dir, Gott wir danken dir und verkündigen deine Wunder’. Het ‘Dona nobis pacem’ aan het einde van de mis is vrijwel identiek aan dit deel.

Dominus Deus / Qui tollis peccata mundi
is een duet voor sopraan en tenor. Evenals in het Christe eleison ook hier een tweestemmige vocale partij om de tweede persoon in de Drie-eenheid te benadrukken. De toonsoort onderstreept deze visie; in het eerste deel van het Gloria wordt God als eerste persoon aangeroepen (D-groot) en in deze aria Christus als tweede persoon (G-groot) de zogenaamde onderdominant (dit is in de hiërarchie van de toonsoorten een niveau lager).
Het duet wordt onmiddellijk gevolgd door het ‘Qui tollis peccata mundi’ een koordeel waarin het lijden van Christus de kern is. De ‘Seufzer’-figuren in de altviolen, de twee veelal laag klinkende fluiten en de vele dissonanten dragen bij tot een gevoel van smart. Bach gebruikt hier opnieuw het openingskoor van cantate BWV 46 ‘Schauet doch und seht, ob irgendein Schmerz sei wie mein Schmerz, der mich troffen hat’ een tekst uit de Klaagliederen van Jeremia waarin hij treurt over de verwoesting van Jeruzalem.

Qui sedes ad dextram patris
Deze aria voor alt, hobo d’amore en strijkers heeft eveneens muzikale verwijzingen die verband houden met de Drie-eenheid. De alt en de hobo d’amore zingen en spelen deels in canon en deels unisono. Bach onderstreept hiermee de Vader-Zoon relatie.

Quoniam tu solus sanctus

 is een zeer bijzonder geïnstrumenteerde aria voor bas solo, corno da caccia, twee fagotten en basso continuo waarmee Bach duidelijk het experiment niet schuwt. Om de grootheid van Christus uit te drukken zingt de bas een regelmatig terugkerend thema in octaafsprongen. In de muziektheorie van de barok wordt het octaaf aangeduid met het woord ‘diapason’ wat zoveel wil zeggen als ‘de totale (toon)omvang’. Hier staat het voor de alomvattende grootheid van God.

Cum Sancto Spiritus.

Het slotakkoord van de aria is tevens het begin van het briljante slotdeel. De stemmen buitelen over elkaar heen, zowel in het koor als in het orkest. Drieklanken, toonladderfiguren en toonherhalingen wisselen elkaar in vivace-tempo af dat uitmond in een magistrale fuga.
Alle technische en muzikale mogelijkheden voor zowel zangers als instrumentalisten worden hier ten dienste gesteld om Bachs visie op de tekst te realiseren. Bach onderstreept dat met de woorden ‘Soli Deo Gloria’.

SYMBOLICUM NICENUM

Bach componeerde het Credo in zijn laatste levensjaar. Het bestaat deels uit nieuwe composities en deels uit reeds bestaande en bewerkte delen van cantates. Het Credo is verdeeld in negen afzonderlijke delen. De symmetrische structuur weerspiegelt zijn visie op de tekst van het Credo; de menswording, de kruisdood en de opstanding van Christus centreert Bach in drie koordelen. De schematische opzet is als volgt:

Credo (koor)
Patrem omnipotentem (koor)
            Et in unum (solo)
                        Et incarnatus (koor)
                                    Crucifixus (koor)
                        Et resurrexit (koor)
            Et in Spiritum (solo)
Confiteor (koor)
Et expecto (koor)

Credo in unum Deum
Een zevenstemmig koordeel gebaseerd op de Gregoriaanse intonatie van het Credo. Ondanks de instrumentatie kan men spreken van een a-capella motet geschreven in de ‘stilo antico’, een stijl die we kennen  van 16de  eeuwse componisten als Palestrina.
Het getal zeven staat symbool voor de alomvattende grootheid van God.

Patrem omnipotentem
Bach gebruikt hier het openingskoor van cantate BWV 171  (1729) ‘Gott wie dein Name, so ist auch dein Ruhm’. Het is een vijfstemmige fuga voor vier zangstemmen, de vijfde stem wordt door de tromba gespeeld.

Et in unum Dominum
Een duet voor sopraan en alt. Evenals in het Christe eleison kiest Bach voor twee zangstemmen met Christus als tweede persoon voor God gesymboliseerd. De dominerende canonische elementen in deze aria hebben ook betrekking op de Vader-Zoon relatie.

Et incarnatus est
Dit koordeel is waarschijnlijk het laatste vocale werk dat Bach heeft geschreven.
Een aantal elementen vragen hier aandacht, namelijk het kruisteken in de strijkersfiguur, de Seufzerfiguur, de dalende mineurdrieklank in de zangstemmen (symbool voor de mens), de 12 toonherhalingen en de chromatisch dalende lijn in de bas. Alle muzikale elementen verwijzen naar Christus die mens werd om te lijden.
Naar alle waarschijnlijkheid is dit de laatste compositie die Bach schreef.

Crucifixus
Het Crucifixus is het middelpunt van het Credo. Bach gebruikt hiervoor het openingskoor uit cantate BWV 12 ‘ Weinen, Klagen, Sorgen, Zagen’. Op het woord crucifixus voegt Bach enkele dissonanten toe. De ‘lamento-bas’ die overeenkomsten vertoont met het vorige deel is zeer bepalend voor het karakter van dit gedeelte. Twaalfmaal wordt deze baslijn gespeeld, de dertiende maal wordt er getransponeerd naar G-groot, op te vatten als een vooruitblik op de opstanding uit de dood. Interessant is het om in de door Bach geschreven partituur te zien hoe hij met deze laatste maten heeft geworsteld.

Et resurrexit
Na het lamento volgt er uitbundige feestvreugde. Elk muzikaal element in dit concertant geschreven koordeel verwijst naar de opstanding en hemelvaart van Christus.

Et in spititum sanctum
Een bas-solo met twee hobo’s d’amore en continuo. Het is een aria met veel symbolische verwijzingen naar de Drie-eenheid. Een driedelige maatsoort, drie kruizen, drie delen en het opvallend aantal maten 144, de som van dit getal is 9 (3×3).

Confiteor
Wederom een koordeel in de ‘stile antico’. De beide tekstfrasen ‘confiteor unam baptisma’ en ‘in remissionem peccatorum’ hebben een eigen thema die in een fugatisch lijnenspel worden verbonden met de gregoriaanse cantus firmus. Dit staaltje van componeerkunst componeerde Bach rechtstreeks en zonder aarzeling in de partituur.
De laatste 24 maten van dit deel op de tekst ‘ik verwacht de opstanding der doden’ wordt gekenmerkt door buitengewoon grillige harmonische wendingen waarbij het woord ‘mortuorum’ centraal staat.

Et expecto rexurrectionem
Het confiteor gaat over in het ‘et expecto’ een feestjubel in een snel vivace e allegro, dat wederom in een concertante stijl gecomponeerd is. Het is een bewerking van de Ratswechselcantate: ‘Gott, man lobet dich in der Stille’ BWV 120 met als oorspronkelijke tekst: ‘Jauchzet, ihr erfreuten Stimmen’. Dit geeft de grondgedachte aan voor de afsluiting van het Credo en de verbeelding  van de eeuwige heerlijkheid.

SANCTUS
Bach schreef het Sanctus voor de kerstviering van 1724. Het is een zesstemmig koorwerk met drie trompetten, drie hobo’s, pauken en de gebruikelijke strijkers-bezetting. Het is een prachtige illustratie van de tekst uit Jesaja, 6, 3: ‘de een riep de ander toe: Heilig, heilig  heilig is de Here der heerscharen, de ganse aarde is van zijn heerlijkheid vol. En de dorpelposten beefden van het luide roepen en het huis werd vervuld met rook’.

OSANNA, BENEDICTUS
Dit gedeelte is achtstemmig dubbelkorig geschreven. Het is een parodie op cantate BWV 215 ‘Preise dein Glücke, gesegnetes Sachsen’ voor de Keurvorst van Sachsen August III. De Osanna-tekst is die uit Matheus 21:9, de intocht van Jezus in Jeruzalem.
Het deel wordt unisono ingezet, waarna een schitterend polyfoon lijnenspel volgt, afgewisseld met harmonisch uitroepen van het woord osanna.

Het Benedictus is een aria voor tenor, traverso en continuo. Het heeft een zeer ingetogen karakter met een prachtige solopartij voor de traverso met vele zestiende triolen figuren. Bach componeerde dit deel rechtstreeks in de partituur.

Na deze aria wordt het Osanna herhaald.

AGNUS DEI, DONA NOBIS PACEM

Aria voor alt, violen unisono en continuo. Opnieuw een parodie, namelijk op de aria ’Ach bleibe doch mein liebstes Leben” uit het Himmelfahrtsoratorium BWV 11 uit 1735.
Bach gebruikt hier de zogenaamde ‘saltus duriusculus’, harde sprong, chromatiek en Seufzerfiguur om het droeve karakter te benadrukken. Heeft Bach bewust gekozen voor 2×22 maten als verwijzing naar Psalm 22: ‘mijn God mijn God waarom hebt Gij mij verlaten’?
Het Dona nobis pacem is een herhaling met enige aanpassing van het Gratia agimus tibi uit het eerste deel.

Jelte Hulzebos

Enige info over dirigent, koor, solisten en organist.

Jelte Hulzebos studeerde orgel en klavecimbel aan het conservatorium te Groningen bij Wim van Beek en Jacques Ogg. Hij behaalde voor orgel het Einddiploma Solospel ‘Cum Laude’ en zijn klavecimbelstudie sloot hij af met het behalen van het diploma Uitvoerend Musicus. Hij verwierf het diploma Bachelor of Music voor orkestdirectie aan de Hogeschool voor de Kunsten Constantijn Huygens en het diploma voortgezette studie orkestdirectie aan de Messiaenacademie, beide bij Tilo Lehmann. Als organist van de Nieuwe Kerk is hij een van de vaste bespelers van het monumentale Timpe orgel uit 1831.
Sinds 1991 speelt hij een belangrijke rol in de organisatie en uitvoering van de maandelijkse cantatediensten in deze kerk. Daar voerde hij talrijke werken uit de 17de en 18de eeuw uit, waaronder Bach’s Hohe Messe, de Johannes-Passion en het Weihnachtsoratorium. Jelte Hulzebos is dirigent van het Cantate Consort en leider van het Noordelijk Barokensemble. Naast zijn concerterende activiteiten als organist, klavecinist en dirigent doceert hij in dezelfde vakgebieden. Orgelopnamen verschenen op zijn eigen cd label Cambiata Records waaronder de veel geprezen cd, Scheidemann, Sweelinck, Tunder en Bach in de Martinikerk te Groningen.

Website: www.jeltehulzebos.com en www.cantatediensten.nl

Het Cantate Consort is in 1992 opgericht ten behoeve van de cantatediensten die maandelijks in de Nieuwe Kerk in Groningen worden gehouden. Sinds de oprichting staat het onder leiding van Jelte Hulzebos. Het verleent jaarlijks een zestal malen medewerking aan deze diensten, waarin geestelijke muziek in een liturgische context wordt uitgevoerd – vaak cantates van Bach, maar ook werken uit de vroege Duitse barok (Schütz, Schein, Bruhns, Buxtehude), hun Italiaanse voorgangers (Gabrieli, Monteverdi) en muziek uit de renaissance (Byrd, Orlando di Lasso, Palestrina). Zangers uit verschillende koren en ensembles uit Groningen worden per project uitgenodigd om in het Cantate Consort te zingen.

Solisten:

Sopraan Christy Luth (1995) is regelmatig te horen als soliste bij oratoria en cantates, maar ook in de intiemere setting van het Lied. Sinds september 2017 is ze actief als zang- en theoriedocente bij de Roden Girl Choristers o.l.v. Sonja de Vries. Ook heeft ze een eigen lespraktijk in Groningen. Ze zingt daarnaast graag koormuziek, daarom liep ze stages bij het Nederlands Kamerkoor en bij het Groot Omroepkoor. 
Christy ontdekte het klassieke zingen toen ze veertien was. Tijdens de bachelor aan het Prins Claus Conservatorium studeerde ze eerst bij Marion van den Akker, vervolgens bij Marcel Boone en ze studeerde af bij Hanneke de Wit. Twee jaar later voegde ze daar haar Master of Music-diploma aan toe. Ook nam ze deel aan masterclasses met Margreet Honig, Johannette Zomer en Salome Kammer. Op het gebied van Bach’s muziek kreeg ze lessen van Nico van der Meel. Momenteel volgt ze lessen bij Miranda van Kralingen.

David van Laar (altus). Tijdens zijn studie orgel bij Theo Jellema ontdekte de jonge altus David van Laar zijn altstem en zijn liefde voor zingen. Kort daarop startte hij in 2013 zijn studie zang bij Hanneke de Wit aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen. In juni 2017 sloot hij zijn bachelor cum laude af. Tijdens zijn studie volgde David ook lessen bij Maarten Engeltjes en bij Michael Chance aan het Koninklijk Conservatorium in den Haag, waarvoor hem door het Prins Claus Conservatorium een beurs werd toegekend. Masterclasses ontving hij van onder anderen Margreet Honig, Nico van der Meel, Marcel Boone, Paul Triepels en Elsina Jansen. Afgelopen december was David altsolist bij het live uitgezonden NPO Radio 4 Kerstconcert onder leiding van Klaas Stok, met het Radio Filharmonisch Orkest en Consensus Vocalis.

Jelle Leistra  (tenor) studeerde Klassiek Zang aan het Rotterdams Conservatorium bij Frans Huijts en Roberta Alexander. Na zijn afstuderen volgde hij lessen bij Frans Fiselier.  Hij volgde masterclasses van o.a. Evelyn Tubb en Carolyn Watkinson.
Jelle zong als tenorsolist onder andere in de Matthäus- en Johannes Passion, Hohe Messe en Weihnachts-Oratorium van J.S. Bach, Messiah van Händel, de Markus-Passion van Keiser, de Schöpfung van Haydn, het Requiem van Mozart, de Crucifixion van Stainer, de Petite Messe Solennelle van Rossini, het Oratorio de Noël van Saint-Saëns, de Maria-vespers van Monteverdi, de Saint Nicolas Cantata van Britten en verschillende Bach-cantates. 
Jelle is naast zijn solocarrière een veelgevraagd koorzanger. Hij verleent regelmatig zijn medewerking aan professionele koren als Cappella Amsterdam, Laurens Collegium en het Groot Omroep Koor.
​Naast zijn werk als klassiek zanger en dirigent geeft Jelle concerten met zijn andere grote passie, de muziek van Harry Bannink. Samen met pianist Arjan van Baest oogst hij veel succes met hun Bannink-programma met zowel bekende als onbekende liedjes. In 2022 werkte hij mee aan het nieuwe kleinkunstalbum van Joost Kleppe: “Engel aan mijn bed”.

Roele Kok (bas) studeerde piano aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen. Hij studeerde daar in 2010 af bij Paul Komen. Zijn eerste zanglessen kreeg hij in 2008 van Hanneke Tichelaar in Groningen. Sinds 2009 studeerde hij klassieke zang, eveneens aan het Prins Claus Conservatorium. Zijn docenten waren Anneloes Volmer, in de vooropleiding, en Hanneke de Wit. Hij sloot deze studie in juni 2014 succesvol af.Hij volgde masterclasses bij Marion van den Akker, Claron McFadden, Marcel Rijans, Rian de Waal en Margreet Honig. Liedklassen volgde hij bij Eelko Moolenaar en Marien van Nieukerken.Verder studeerde Roele, als pianist, liedbegeleiding in de Masteropleiding van het Artez-conservatorium te Zwolle bij Marien van Nieukerken. Hij sloot die studie in januari 2013 af.Roele is actief als solist en als koorzanger bij Capella Frisiae, de Nederlandse Bach Academie, Consensus Vocalis en Kamerkoor Provocanto.

STEF TUINSTRA studeerde orgel, piano, clavecimbel en trombone aan het Prins Claus Conservatorium te Groningen. Hij behaalde Summa Cum Laude het Master-diploma voor orgel, het 1e graads diploma kerkmuziek en koordirectie, de Prix d’Excellence voor orgel en de koraalprijs ter gelegenheid van het Nationaal Improvisatie Concours te Bolsward. Ook werd hij onderscheiden bij het Internationaal Clavecimbel Concours te Brugge.
Hij is in deeltijd zowel organist van de Martinikerk als van de Nieuwe Kerk te Groningen en is leider van de Noord-Nederlandse Orgel-Academie (NNOA).
Stef Tuinstra concerteert en is masterclassdocent in verschillende Europese landen, Japan en de USA.
Hij staat bekend als inventief improvisator in verschillende stijlen van Renaissance tot hedendaags. Zijn CD’s worden gezien als baanbrekend, van hoog artistiek niveau, blijvend actueel en hebben diverse prijzen ontvangen.
Als gecertificeerd en inmiddels internationaal gezaghebbend orgelbouwadviseur werkt Stef Tuinstra nauw samen met diverse protestantse kerken en stichtingen in Nederland en met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Ook is hij auteur van diverse (internationale) publicaties over orgelbouw en -spel. Zie op www.nnoa.nl.


– – –

Het volledige programma voor 2022 – 2023 vindt u onder het kopje Cantatediensten

– – –

De cantatediensten staan wel onder financiële druk: uw gift in de collecte, de donaties en bijdragen van de kerk zijn onze inkomstenbronnen. Willen wij de musici redelijk vergoeden dan is uw financiële steun onontbeerlijk. Zij zetten zich al jaren met groot enthousiasme en kundigheid in.

Daarom vragen wij een bijdrage van minimaal € 10,- in de collecte die bij de uitgang van elke cantatedienst wordt gehouden, of via een Tikkie afgedrukt in de liturgie. Maar voor dit jubileumjaar zou een bijdrage van € 15,- niet misstaan.

Daarnaast kunt u zich aanmelden als donateur door overmaking van ten minste € 25,- op banknummer NL67INGB0009444965 t.n.v. Commissie Cantates in de Nieuwe Kerk.

PS: de Commissie Cantates in de Nieuwe Kerk is een ANBI instelling, omdat zij (in die zin) valt onder de Protestantse Gemeente Groningen (PGG). U kunt daarom eventuele giften aan de Commissie bij de aangifte Inkomstenbelasting opgeven. U moet dan ook melding maken van de ANBI instelling, en dat is bij giften aan de Cantatediensten dus de PGG.

– – –