Toelichting Die Himmel erzählen die Ehre Gottes

Op 6 juni 1723, de tweede zondag na Trinitatis, klonk deze cantate in de Thomaskerk in Leipzig. Het was de tweede cantate die Bach in zijn nieuwe functie als cantor componeerde. Zijn eersteling, een groot opgezette cantate met 14 delen, ‘die Elenden sollen essen’ BWV 75 was direct een succes. De berichten in de pers waren zeer positief; “.. am 30 Mai führte der neuen Cantor mit gutem applausu seine erste Music auf’. Dat hij zijn taak serieus nam demonstreert hij opnieuw in BWV 76 die eveneens 14 delen telt.

Beide cantates bestaan uit twee delen met in het midden de preek die destijds een uur duurde.

Het openingskoor is groots opgezet met koor- en solostemmen en met een feestelijke trompetsolo als kers op de taart. In de vier aria’s toont Bach zich een meester in creativiteit en verfijning qua instrumentale bezetting: de sopraan-aria (3) met soloviool, de bas-aria (5) met strijkers, hobo’s en tromba, de tenor-aria (10) met continuo, de alt-aria (12) met oboe d’amore, viola da gamba en continuo.

 

  1. Openingskoor in de vorm van een preludium en fuga, is een rijk geïnstrumenteerd uitbundig loflied op de schepping waar zowel koor- als solozangers aan deelnemen. Na een instrumentale inleiding waar de tromba het voortouw neemt ontwikkelt zich een energieke inleiding. Daarop volgt de bassolist met een nieuw thema op de tekst ‘die Himmel erzählen die Ehre Gottes, und die Feste verkündiget seiner Hände Werk’ dat enige maten later door het koor wordt voortgezet. Dit ontwikkelt zich in een samenspel tussen koor en instrumenten en wordt door het orkest afgesloten met min of meer een herhaling van de openingsmaten. Het tweede gedeelte op de woorden ‘Es ist keine Sprache noch Rede, da man nicht ihre Stimme höre.‘ is gevat in een fuga. De solisten, te beginnen met de tenor zingen het fugathema, gevolgd door de koorinzetten. De instrumenten verdubbelen veelal de zangstemmen, maar de tromba prijkt boven alles uit met een eigen thema-inzet.
  2. Tenor-recitatief waarin de tenor Gods hand in de schepping bezingt en waarin de oproep: Kom, kom naar mijn liefdesmaal! De natuur wordt gesymboliseerd door een golvend strijkersmotief, de regen door uitgesponnen zestiende noten en God die zich naar ons toebuigt in een dalende beweging over één octaaf (dat staat symbool voor allesomvattend).

Het deel is een recitatief-accompagnato, d.w.z. door strijkers begeleid. Bach introduceert een noviteit door na drie maten over te gaan naar een arioso gedeelte, een procedé dat hij in veel cantates zal toepassen.

  1. Sopraan-aria, solo-viool en continuo. Hier klinkt uitgesponnen over 24 maten een zacht klinkende oproep ‘Hört, ihr Völker, Gottes Stimme, eilt zu seinem Gnadenthron!‘. Viool, continuo en zangstem imiteren elkaar voortdurend in een intiem wiegend trio. Na het middengedeelte ‘Aller Dinge Grund und Ende..‘ enz. wordt het begin herhaald.
  2. Bas-recitatief waarin de afkeer van God en het nalopen van andere goden wordt bezongen. Dit alles mondt uit in de volgende aria.
  3. Bas-aria Een stormachtige bravoure aria voor alle instrumenten met een hoofdrol voor de tromba.

‘Weg, goddeloze bende (Zunft)!’ zingt de bas in snelle notenwaarden die de woede zeer goed weergeeft. De herhalende motieven in zestiende noten in het orkest en tekstherhalingen dragen bij om de onstuimigheid te schetsen. Het middendeel van de aria ‘Sollt sich die Welt gleich verkehren, will ich doch Christum verehren, er ist das Licht der Vernunft‘ is beschouwend van karakter maar wordt regelmatig onderbroken door het instrumentale beginmotief. Het loopt uit in een adagio: ‘er ist das Licht der Vernunft’. Na de fermate nog een laatste uitroep: ‘Fahr hin, abgöttische Zunft!’ en dan volgt een Da Capo.

  1. Alt-recitatief Hier worden de armen, kreupelen en blinden uitgenodigd voor het feestmaal, zoals de gelijkenis verhaalt. Het recitatief eindigt in een oproep tot gebed dat getoonzet is in een intiem, ‘demütig’ arioso-andante.
  2. Koraal als directe reactie op het recitatief. Bach componeerde hiervoor een eigen koraalmelodie op het eerste couplet van Martin Luthers lied Es woll’ uns Gott genädig sein (1524).

Het koor zingt in een vierstemmige zetting het koraal waarbinnen het orkest een zelfstandige rol speelt. Elke frase wordt door de tromba voorbereid. In het continuo klinkt een constant herhalend motief dat als symbool kan worden gezien voor het neerknielen in deemoed.

 

Preek

 

  1. Sinfonia, verfijnde kamermuziek zoals Bach in zijn functie als Kapellmeister aan het hof van Köthen componeerde. Hier spelen de hobo d’amore en de viola da gamba de hoofdrol. Na een adagio inleiding volgt een wervelend vivace. Bach hergebruikt deze sinfonia in de triosonate voor orgel BWV 528.
  2. Bas-recitatief Het accompagnato (door strijkers begeleid) recitatief beschrijft de trouwe schare als de hemel op aarde maar wijst ook op dreigend gevaar, haat en strijd.
  3. Tenor-aria Die haat wordt in de aria door middel van trillers en grillige motieven in zestiende noten muzikaal vertaald. Bach haalt alles uit de kast om het te illustreren: dissonante harmonieën, overmatige kwarten (zgn. duivels interval) septiem sprongen enz. Het herhalende motief in het continuo draagt ook bij aan de heftige emotie.

In het B-gedeelte wordt met ‘Christum gläubig zu umfassen’ de omarming door een slinger van noten verbeeld. De aria eindigt met een verkort Da Capo.

  1. 11. Alt-recitatief is geïnspireerd op de tekst uit de brief van Johannes. Bach schrijft ook hier een arioso.
  2. Alt-aria sluit qua sfeer direct aan. Wederom spelen hobo d’amore en viola da gamba in deze lieflijke aria de hoofdrol en het continuo neemt af en toe deze rol over. Al met al een parel.

13.Tenor-recitatief In dit korte recitatief wordt de christenheid opgeroepen de liefde van God te prijzen en van zijn lof te vertellen. Het vertellen wordt door een eindeloze notenreeks verbeeld.

  1. Koraal identiek aan deel 7 waarin God dank en lof wordt gebracht en de bede om zegen klinkt.

 

Jelte Hulzebos